|
|
|||
|
|
door Fred Triep en Renée van der Haar
Dit interview verscheen als artikel in het "Lopend Vuur" van september 2003. Lopend Vuur is het verenigingsblad van de vereniging TeVoet. |
|
Kees ten Holt en Jouke van der Meij publiceerden in
het begin van de jaren tachtig een zes boekjes met wandelingen in de
serie 'Lopen over gras'. Beide auteurs zijn voor Fred Triep en Renée van der Haar 'de pioniers van het polderwandelen'. In een lawaaiig café in Amsterdam hadden zij een gesprek met Jouke van der Meij. |
Jouke leerde Kees kennen, toen hij na zijn studie Engels in 1975 op de Osdorper
Scholengemeenschap les ging geven. Kees werkte daar al. Ook als docent Engels. De eerste aanzet tot hun latere tochten
'over gras' waren
hun reizen naar Engeland. Enthousiast vertelt Jouke hoe Kees en
hij vier wandelreizen in Engeland hebben georganiseerd voor hun
leerlingen.
Op hun eerste reis,
in 1976, liepen ze de Ridgeway. Ze hadden
hooguit 30 aanmeldingen verwacht. Er bleken 60 leerlingen mee te willen.
Ze hebben er maar twee groepen van gemaakt die tegen elkaar inliepen. Want voor 60 personen
is het te lastig overnachtingadressen te vinden. Op de plek waar de twee groepen
elkaar kruisten, konden ze met zijn allen in een schuur slapen. Die mochten ze van de
plaatselijke padvinders gebruiken. Hun tweede tocht was het Offa's Dyke Path. Iin een week
lieoen ze vanaf het begin tot
Kingston. Met 30
leerlingen, die limiet hadden ze zich gesteld, was de organisatie wel een stuk
gemakkelijker. Daarna hebben ze samen met leerlingen nog de South Downs
Way en de Dalesway gedaan..
Het beleid op de school veranderde echter.
Er mochten geen geen vakantiereizen meer georganiseerd worden. Schoolreizen moesten educatief
verantwoord zijn. Dat was dus einde verhaal. Maar het gevoel dat je lekker loopt als er gras onder je
voeten is, behielden ze. Rond 1980, zde waren inmiddels dik bevriend geraakt,
trokken ze er in de weekenden regelmatig een dag uit om te wandelen. Toen zij de verhalen van Henk Raaff in de Volkskrant
lazen- later zijn die gebundeld in de boekjes 'Stappen', 'Verder stappen'
en 'Nog verder stappen' - dachten zij, dat kunnen wij ook.
Een andere
bron van inspiratie waren de schitterend getekende en geschreven Engelse gidsjes van Alfred Wainwright.
Kees
kon goed tekenen. Vanaf dat moment zou hij de tekeningetjes en kaartjes maken
in voor hun wandelboeken. Jouke nam het schrijven voor zijn rekening.
Hun eerste 'project' situeerde zich rond het IJselmeer. In 1980
Om het weekend liepen ze een etappe. Na
zes etappes maakten ze een concept. Ze waren vanuit Amsterdam net bij Den Oever
aangekomen. Met dat concept gingen ze naar uitgever Bert Bakker. Die zag er evenals bij de verhalen
van Henk Raaff wel brood in. In 1981 hadden
ze hun tocht rondom het IJselmeer helemaal volbracht. Uiteindelijk heeft hun
samenwerking met Bert Bakker zes titels opgeleverd..
Wat is er nou zo leuk aan het wandelen over die grasdijken? Het is toch
veel aangenamer om in een heuvellandschap of door een bos te lopen? Daar is Jouke
het niet mee eens. In het bos mist hij vaak de uitzichten. En lopen is alleen plezierig, als je over gras kunt lopen. Het lopen in
Engeland, waar je door het “Right of Way” weilanden dwars kunt oversteken, was een grote inspiratiebron.
Hebben hun boekjes niet veel
kwaad bloed gezet bij eigenaren? Want ze liepen toch ook over privé-terreinen?
Volgens Jouke liepen er toendertijd weinig
wandelaars over de dijken. "We gaven in de boekjes ook altijd aan, dat situaties
konden veranderen." Eén keer zijn ze opgebeld door een boer. "Die
woonde voorbij Uithoorn
aan de dijk. Hij wilde niet dat er over zijn erf gelopen zou worden." Dat
was naar aanleiding van hun boekje 'Een wandeling van Amsterdam naar Antwerpen. Kees heeft toen een bord gemaakt'.
Met rode verf heeft hij er op geschilderd “Wandelaars richting Antwerpen, eerste weg links”. Dat bord
heeft hij op de bewuste dijk geplaatst. Het bord zou er volgens Jouke nog staan.
We hebben het niet meer gevonden.
Vindt hij wandelen in Nederland nog leuk? "Nee, in Nederland loop ik
niet zo vaak meer". Dat komt onder andere omdat zijn vrouw niet goed meer kan
lopen. En het valt hem ook af en toe zwaar tegen, als er op een grasdijk nu
asfalt ligt. Als hij wandelt doet hij dat meestal in Engeland. In de zomer van 2000 heeft hij met zijn oudste dochter,
toen 12 jaar, de Dalesway gelopen. Dat beviel hem kennelijk zo goed dat hij twee
jaar later dezelfde tocht met zijn jongste dochter heeft gedaan.
De werkzaamheden van een vereniging als TeVoet, die belangen voor wandelaars
behartigt, vindt hij lovenswaardig. Jouke bagatelliseert het belang van hun
beiden voor het wandelen in Nederland. En welke lezer zou nu geïnteresseerd
zijn in hun levensverhaal? Daar denken wij dus anders over.
Deze pagina is nieuw aangemaakt op vrijdag 5 september 2003.
![]()
Voor aanvullingen of reacties, stuur mij een email:
| Return to (Terug naar): | Terug naar: |