|
|
||
Een ingekorte, bewerkte versie van dit verhaal is verschenen onder de titel "Een voettocht in de bergen van Jemen- eerst wat eten" in het decembernummer 1997 (Barre tochten) van het tijdschrift Op Lemen Voeten. |
Drie Nederlandse bergwandelaars maken een tocht door de bergen van Jemen. Bij een brug over een wadi (Wadi Sharas) nemen ze afscheid van de bewoonde wereld om een tocht te maken door een wadi en over berghellingen naar de top van de berg Maswar. Zij willen naar Al Mahwit lopen, dat aan andere kant van die berg ligt. Tijdens hun tocht worden ze geconfronteerd met het lopen door een kurkdroog landschap, de "gevaren" van wadi's en de gastvrijheid van de bevolking. Dit verhaal beschrijft hun vier dagen durende klim naar de Maswar |
We hebben net onze tenten opgezet naast de wadi onder een paar bomen. We dachten, dat we redelijk beschut tegen inkijk stonden, maar bij het opzetten van de tenten keek een groep Jemenieten verbaasd toe. Hun uitnodigingen, om in hun huis te komen slapen, konden we afslaan door naar de tenten te wijzen. De eerste groep Jemenieten is vertrokken en een tweede groep komt kijken en zich voorstellen. Zij proberen ons uit te leggen, dat we op een gevaarlijke plek staan als het hard gaat regenen. Dat er kans op regen is, kunnen we ook zien. Ondanks het "droge seizoen" pakken zich grote donkere wolken boven de wadi samen. Ook horen we het donderen. De wadi is een halve meter dieper dan het plateau, waarop wij staan. We kunnen ons moeilijk voorstellen, dat er zo veel regen gaat vallen, dat de brede wadi zal overlopen. De omstan-ders wijzen nog eens om zich heen naar al die bergen, die afwateren op deze wadi. Er is ook weinig vegetatie en daarom zal het water naar een stortbui snel afstromen. Maar de grond is kurkdroog en zal lijkt mij, eerst water opne-men. Nogmaals proberen de bezorgde Jemenieten ons uit te leggen, dat het water snel afgevoerd wordt en ze raden ons aan om naar een hogere plek te verkassen. We zien er tegenop om alles weer in de rugzakken in te pakken en de ingerichte tenten te verhuizen.
![]() |
De grote foto is 91
Kb Links: De Wadi met de brug Foto: Fred Triep |
Die middag waren we omstreeks half vier uit een pickup gestapt in Suq Sharas. Dit kleine plaatsje ligt aan de weg van Amran naar Hajjad naast Wadi Sharas. De tocht vanaf Amran over de asfaltweg was schitterend. Eerst klommen we naar een pas en daarna reden wij door haarspeldbochten 2000 meter naar beneden. Terwijl de chauffeur met zijn rechterhand stuurde, plukte hij met zijn linkerhand regelmatig in een grote plastic zak blaadjes van een "bos" qat. Zijn linkerwang was opgezwollen als bij een hamster, omdat hij veel bladeren in zijn mond gepropt had. Vlak bij de brug over de wadi stapten we uit. Ondanks dat het eerste kerstdag was, was het warm (zeker 25 C), omdat we op slechts 1000 meter hoogte zaten. We wilden vanuit dit punt de wadi omhoog lopen in de richting van de Dsjebel Maswar. Of dat zou lukken, wisten we niet. We hadden alleen een beschrijving van een voettocht vanuit Hajjaj naar deze berg, die in de Duitse gids beschreven stond. We wilden het via deze wadi proberen, omdat de beschrijving in de gids langs een autopiste ging. Een tocht over echte bergpaden leek ons aantrekkelijker.
![]() |
De grote foto's
zijn 75 Kb en 89 Kb Links en rechts: De wadi, waarboven zich de wolken samenpakken Foto's : Fred Triep |
![]() |
We hebben onze maaltijd op, als het begint te regenen. Een angstaanjagend
geloei lager uit het dal en de aftekening van pikzwarte wolken wijzen erop, dat we snel
alles in de tenten moeten gooien. Als ik me met de laatste etenspullen in mijn tent
terugtrek plenst het al. Gelukkig kan ik nu controleren of mijn nieuwe lichtgewicht tent
waterdicht is. Er gaan tien minuten voorbij. Het regent nog steeds en ook nog behoorlijk.
Het lijkt wel een wolkbreuk. Als dit de hele nacht doorgaat, dan weet ik niet of we het
droog kunnen houden in onze tenten. Voor de zekerheid besluit ik alvast mijn rugzak in te
pakken, zodat ik eventueel snel kan evacueren. Om de vijf minuten voel ik met mijn hand
onder de tentrand of er al stroompjes over de grond lopen. De grond is nog zo droog, dat
het alle water opslurpt. De rits van mijn buitentent lekt. Hij zal dus een keer gesealed
moeten worden. Een half uur later wordt de regen wat minder. Ik hoop, dat de regen gaat
ophouden, want een drijfnatte tent verkassen is geen pleziertje. Vijf minuten later is het
droog. Ik ga de tent uit en loop naar de wadi, waar Gerda en Peter staan te kijken. In de
wadi zijn een aantal stroompjes zichtbaar. De lucht trekt open en de maan verlicht onze
tenten en de kampeerplek. We blijven nog enige tijd naar de wadi kijken. Ik ben erg
opgelucht, dat het is niet blijven doorregenen. Op de wadi wordt een zwak geruis hoorbaar,
dat langzaam dichterbij komt. Zal het aanstromende water straks alsnog de zijkanten van de
wadi overstromen ?
In het maanlicht zien we een halve meter hoge golf water aankomen. Het gerommel, dat we
hoorden, wordt veroorzaakt doordat vele stenen die misschien maandenlang op een en
dezelfde plek hebben gelegen nu verplaatst worden. De golf is gelukkig niet hoog genoeg om
de kanten te overstromen.
Tijdens het ontbijt trekt er, luid gillend, een groep "African
hornbills" over. Twee van dergelijke vogels met grote snavels hebben we gisteren al
gezien in een boom bij de brug. Na het ontbijt breken we het kamp af. We pakken de natte
tenten in onze rugzak. Dit wordt onze tweede loopdag. Er stroomt nog wat water in de wadi,
als we gaan lopen. Het meeste water is echter verdwenen. We lopen de wadi verder omhoog en
komen na twee uur bij een splitsing van de wadi in een linker en een rechtertak. We vragen
een aantal voorbijgangers hoe we op de Dsjebel Maswar kunnen komen. De meeste mensen
wijzen naar de linkertak. Maar als we de rechtertak zouden nemen, dan zouden we op de
route kunnen komen van de Duitse gids. We nemen een pauze in de schaduw om te overleggen.
Op een plateau boven de splitsing van de wadi is een groot feest aan de gang. Af en toe
worden er met Kalashjnikov's kogels in de lucht afgevuurd. Er komen nu ook 2 vrachtwagens
langs, waarvan de achterbakken gevuld zijn met vrolijke Jemenieten met geweren. Zij
stoppen voor onze neus. We worden uitgenodigd om mee te gaan naar het feest. Om hun
uitnodiging kracht bij te zetten, schieten ze met hun Kalasnikov's in de lucht en in de
grond. Het is leuk om zo'n feest mee te maken, maar we zijn bang dat het dan weer moeilijk
zal zijn om weg te gaan.
We hebben uiteindelijk besloten toch de rechtertak te proberen. Enige tijd later lopen we
onderlangs het plateau, waar het feest aan de gang is. We moeten oppassen, dat we de
mensen uit dit gebied niet voor het hoofd stoten. De komende dagen zullen we sommige
feestgangers zeker tegenkomen en het is verstandig met ze op goede voet te staan. En als
we daar wat gegeten en gedronken hebben, dan kunnen we zeker wel weer verder gaan. We
nemen het pad omhoog. Onze aankomst is waarschijnlijk al opgemerkt, want boven ons start
het tromgeroffel weer. Als we enkele minuten later bovenop het plateau staan, zijn we
omringd door een grote meute Jemenietische mannen met geweren. De stemming is, ondanks de
aanwezigheid van zo veel geweren, vrolijk.
![]() |
De grote foto is 84 Kb Links: De bruiloft met dansende mannen Foto: Fred Triep |
Mannen dansen met hun geweren over hun linkerschouder en hun djambiya in de rechterhand een rondedans. De dans stopt en een van de mannen reikt Peter zijn djambiya aan. Een van de mannen gaat hem voor en Peter probeert deze man bij het dansen zo veel mogelijk te volgen. De mannen om ons heen juichen, als de dans afgelopen is. Omdat ik druk bezig ben met foto's te maken, vraagt men niet aan mij om mee te dansen. Nu krijgt ook Gerda een djambiya aangereikt en de dans wordt met zijn drieën voortgezet.
![]() |
De grote foto is 81 Kb Links: Gerda en Peter doen met een Jemeniet de djambiya dans Foto: Fred Triep |
Terwijl ik foto's maak, krijg ik een kopje zoete "koffie" in
mijn handen gedrukt. Het is geen echte koffie, omdat het gemaakt is van de schillen, die
om de koffiebonen heen zit. De dans is afgelopen en het geroffel op de trom wordt
gestaakt. We worden voorgesteld aan de drie bruidegommen. Ze zien er niet echt vrolijk
uit, misschien hebben ze niet zelf hun bruid mogen uitkiezen. We praten met een man, die
onderwijzer is. Het feest zal volgens deze man zeker een aantal dagen duren. Deze man wil,
dat we bij hem overnachten. We proberen hem duidelijk te maken, dat we vandaag verder
willen. We vinden het jammer, dat we geen echte cadeaus hebben om aan de 3 bruidsparen te
geven. Gerda beseft, dat ze nog heel veel bonbons uit haar kerstpakket bij zich heeft en
zij pakt een aantal bonbons voor elk van de bruidegommen in ten behoeve van hun bruiden.
De mannen waarderen dit gebaar en men bedenkt, dat ik van het opeten van deze bonbons een
foto zal moeten maken. Ik neem een foto van de bruidegommen, die gezamenlijk een bonbon in
hun mond stoppen. Ik kom er niet achter, of ze de chocola lekker vinden. Ik betwijfel ook,
of de bruiden iets te proeven krijgen van de bonbons.
Gerda mag naar de feestende vrouwen, die in een kleine ruimte samengepakt zijn. Wij worden
een huiskamer met tapijten binnengebracht, waar mannen thee drinken en waterpijp roken. De
onderwijzer zegt weer, dat we bij hem moeten slapen. Gerda komt weer terug. Zij wil ook
deze kamer binnenstappen, maar ee man maakt afwerende bewegingen. Een andere man zegt, dat
ze gewoon naar binnen mag. Het is duidelijk, dat er in deze ruimte geen consensus bestaat
onder de mannen over de "third sex", zoals westerse vrouwen vaak genoemd worden.
Westerse vrouwen worden in Islamitische landen vaak anders behandeld dan hun eigen
vrouwen, maar dat geldt mogelijk niet in alle situaties. Peter en ik besluiten dan maar
naar buiten te gaan. Bovendien willen we ook niet te lang meer blijven. Volgens Gerda was
de stemming bij de vrouwen ook goed. Ook zij waren aan het dansen. Het was in de kleine
ruimte alleen heel erg benauwd.
We kondigen aan, dat wij binnenkort willen vertrekken. De onderwijzer vindt dat geen goed
idee. Hij wil, dat we eerst wat eten. We zijn bang, dat dit zeker nog een uur zal duren en
dringen nogmaals aan. Daar trapt de onderwijzer niet in. Hij leidt ons naar een plek naast
het huis onder een afdakje, waar nu op een matras een maaltijd van vlees, rijst en
pannekoekjes, gedrenkt in yoghurt wordt neergezet. We worden verzocht plaats te nemen.
De maaltijd smaakt verrukkelijk. Na het genieten van de maaltijd vinden we, dat we nu toch
afscheid moeten nemen. Het zal moeilijk zijn, maar aan alles komt een einde. En als het
niet anders kan, dan moeten we de mensen maar voor het hoofd stoten. We zoeken de
onderwijzer om afscheid te nemen. Hij valt nergens meer te bekennen. Was hij al beledigd
van ons laatste verzoek om te vertrekken ? We weten het niet. We groeten zo veel mogelijk
mensen en voor we de weg naar beneden gaan nemen, vragen we nog eens naar de Maswar.
Iedereen wijst naar de linkertak van de wadi, dus besluiten we alsnog de linkertak te
nemen.
Het is twee uur 's middags, een uur nadat we afscheid hebben genomen van
het feest. Dit stuk van de wadi staat helemaal droog. Hoe we hier aan water kunnen komen
weten we niet. Als dat zo doorgaat, moeten we misschien straks terugkeren. Er is een gat
zichtbaar in de wadi. We lopen naar dit gat en een jongetje komt aanrennen, nadat een man
aan de kant van de wadi naar hem geroepen heeft. Het blijkt een waterput te zijn, alleen
zit het water diep en is het gat smal. De jongen kruipt door het gat naar beneden. Hij
steekt zijn arm naar buiten om veldflessen aan te pakken. We geven alle flessen en onze
waterzak aan en hij vult ze allemaal bij. Nu kunnen we thee gaan zetten. Op een
schaduwplekje aan de kant van de wadi leggen we onze rugzakken neer en Peter pakt zijn
benzinebrander. Een voorbijganger op de wadi maakt een "eetbeweging" met zijn
handen naar zijn mond. We bevestigen dat, want we willen een mueslireep op gaan eten.
Ondertussen heeft Peter een pannetje met water gevuld en op de brander gezet. Ik kijk om
me heen en mijn blik glijdt langs de berghellingen. Op verschillende plekken rondom de
wadi staan er huizen en valt er menselijke activiteit te bespeuren.
Opeens zegt Gerda: "Oh Nee, niet kijken". De voorbijganger van zo juist
verschijnt weer uit het niets. Hij heeft onze bevestiging anders opgevat, dan wij verwacht
hadden. Hij zet een groot dienblad met een vleesmaaltijd voor ons neer en legt er een
stapel broden bij. We zijn heel erg beduusd. We hadden hier helemaal niet om gevraagd en
voelen ons opgelaten met zo veel gastvrijheid. We kunnen deze maaltijd echt niet afslaan,
want dan is ook deze man beledigd. We zullen ook van deze maaltijd een zekere hoeveelheid
moeten eten om onze gastheer eer aan te doen, ondanks dat onze maag nog redelijk gevuld is
van de "feestmaaltijd". Ook deze maaltijd blijkt verrukkelijk te smaken. Gerda
had de man als dank al wat bonbons aangeboden, maar die pakte hij niet aan. Het is
duidelijk, dat men niets terug verlangt voor de gastvrijheid. We zouden kunnen proberen
hem duidelijk te maken, dat de bonbons voor zijn vrouw bestemd zijn. Gerda legt, nadat we
naar ons gevoel genoeg gegeten hebben, wat bonbons op de rand van de schaal. Ik zoek in
mijn gids "Wat en hoe Arabisch" het woord voor echtgenote. Maar deze man zal
waarschijnlijk alleen het Arabische schrift machtig zijn. In de gids staat het woord ook
met Arabische letters geschreven. Ik probeer deze tekst zo goed mogelijk te kopiëren
op
een velletje papier, dat ik naast de bonbons op de rand van het dienblad leg. De man knikt
vriendelijk en neemt de dienbladen op en steekt de wadi over.
We klimmen over een grote rots, die het zijdal blokkeert. Voorbijgangers
op de wadi, die wij gisteren gevraagd hebben hoe we omhoog konden komen, wezen naar een
van de zijdalen aan de rechterkant van de wadi. Gisteravond hebben we daarom deze zijwadi
gekozen. Omdat we bang waren voor weer een heftige regenbui, hebben we onze tenten onder
wat bomen op een wat hoger plateau naast de wadi gezet. Bij het bereiden van de
avondmaaltijd werden we weer verrast door de Jemenitische gastvrijheid : een man kwam ons
brood brengen. Ook vanochtend, toen we de muesli met gedroogde vruchten aan het opwarmen
waren, werd er weer vers brood neergelegd. Het werd gebracht door een oude man, die ons
duidelijk maakte dat hij hoofdpijn had. Peter had hem een paracetamol gegeven.
Nu zijn we met onze loodzware rugzakken bezig over een grote rots te klimmen. We worden
begeleid door een groep jongetjes van 5 tot 12 jaar oud, die luid gillend op hun slippers
langs ons heen schieten. Zij hebben absoluut geen vrees om te vallen, maar zij hebben dan
ook geen groot gewicht te dragen. Nadat we zonder kleerscheuren de andere kant van de
grote rots zijn afgedaald, komen we in een dal met steile wanden aan beide kanten. Het is
goed wandelen hier. De wadi is smal en gaat in bochten langzaam omhoog.
![]() |
De grote foto
is 92 Kb. Links: Begeleid door gillende jongens hebben we de grote rots beklommen Foto: Fred Triep |
Een half uur later komen we in een keteldal met hoge wanden. Er is geen pad te bekennen, dat omhoog gaat. We waren gisteren aan het eind van de dag zo blij, omdat we achter in dit dal een kleine waterval naar beneden zagen stromen. Er zou in dit dal dus geen gebrek aan water zijn. We zien boven ons mensen naar akkers lopen, maar we snappen niet hoe ze daar gekomen zijn. Hebben we dan toch het verkeerde zijdal gekozen om omhoog te gaan naar de Maswar ? We roepen naar de jongetjes "Dsjebel Maswar ?" en daarop wijzen ze allemaal terug. Dat snappen we niet, want we komen juist uit de grote wadi achter ons. Een oudere jongen maakt met zijn vingers een beweging van "terug naar beneden" en daarna een beweging van "met een boog naar links". Misschien bedoelt hij, dat we terug moeten naar de hoofdwadi en dan een eerder zijdal weer omhoog moeten. We stonden gisteren voor dat zijdal te twijfelen en bedachten toen, dat dat het goede dal niet kon zijn. Maar wie weet, deze jongen zal het wel weten. We moeten hem maar volgen. We lopen het dal weer naar beneden en twintig minuten later zijn we weer met onze zware rugzakken over de grote rots aan het klauteren. Ook nu weer onder luid gejoel van de jongetjes zwoegen we ons omhoog en proberen wij ons aan de "greepjes" in de omringende stenen vast te houden. De jongen loopt de grote wadi in en wij volgen hem. Enkele honderden meters stroomafwaarts brengt hij ons naar een pad aan de rand van het zijdal. We nemen afscheid van de jongen en geven hem als dank een balpen, die hij graag aanneemt. De andere jongetjes zijn inmiddels verdwenen, dit is waarschijnlijk buiten het gebied waar ze van hun ouders mogen zijn.
![]() |
De grote foto's
zijn 95 Kb en 125 Kb Links:Tijdens de klim omhoog uit de wadi kijken we op de wadi uit Rechts: Langs de berghellingen zijn talloze terrassen gemaakt Foto's: Fred Triep |
![]() |
Het pad slingert zich tegen een uitloper van de Dsjebel Maswar omhoog. Binnen een half uur staan we op gelijke hoogte met een dorp aan de andere kant van de hoofdwadi. Het hele berggebied om ons heen bestaat uit terrassen. Als je goed kijkt, zie je ook overal dorpen bestaande uit enkele huizen. Je ziet ze op de hellingen boven ons, aan de overkant van het zijdal en aan de overkant van de grote wadi. Het berggebied is duidelijk druk bevolkt, al zou je dat bij een eerste oogopslag niet verwachten omdat de kleur van de huizen hetzelfde is als die van de omgeving.
![]() |
De grote foto's
zijn 110 Kb en 122 Kb Links: Uitzicht over het berglandschap met dorpjes Rechts: Berghelling met terrassen Foto's: Fred Triep |
![]() |
Het is bijzonder inspannend om in de warmte te klimmen. Het is twaalf uur en de zon is behoorlijk warm. We nemen regelmatig rustpauzes in beschaduwde plekken. Bij het eerstvolgende dorp boven ons zien we mensen vanaf de huizen naar beneden kijken. We zijn bang weer uitgenodigd te worden en we spreken daarom af deze uitnodigingen zo veel mogelijk op een vriendelijke manier af te slaan. We willen vandaag nog een heel eind op deze berg omhoog komen. Onze passage door het dorp verloopt rustig. Ook bij daarop volgende dorp worden we niet uitgenodigd. We zien de mannen bij de moskee staan en we horen toespraken, die uit een luidspreker komen. Later op de dag realiseren we ons, dat het vrijdag is. De mannen waren waarschijnlijk met een gebedsoefening bezig en hadden geen tijd voor ons. Even later komen we op een plateau en zien we, dat de top van de Maswar nog veel hoger moet zijn. Boven het plateau rijzen bergwanden uit, die een groen dal omsluiten. We staan dus nog lang niet op de berg.
Het voetpad loopt nu voornamelijk "en flanc". We lopen over een pad, dat boven het geïrrigeerde dal uitloopt.
![]() |
De grote foto's zijn
respectievelijk 113 Kb en 76 Kb Links en rechts: We lopen over een pad boven een geïrrigeerd dal uit. Foto's: Fred Triep
|
![]() |
Ik heb inmiddels flinke dorst gekregen, terwijl mijn veldfles leeg is. Ik hoop, dat we snel drinkbaar water tegenkomen. Mijn wens wordt snel vervuld. Na een half uur lopen horen we water naar beneden kletteren. Rechts druppelt water van een hoger gelegen bron over de stenen in een kom naast het pad. Een mooie plek om even thee te zetten. Natuurlijk komen er weer jongetjes langs, die "galam, galam" (pen) roepen. Er komen ook drie kleine meisjes langs, die elk een vat op hun hoofd dragen. Het ziet er heel vertederend uit. Zij komen natuurlijk water tappen uit de kom. Ik neem me voor zo onopvallend mogelijk een foto van deze 3 meisjes te maken, wat me in eerste instantie niet goed lukt. Zo gauw ik mijn camera pak, staan de jongetjes "klaar" in het beeld om er op te komen. Ik moet een aantal foto's schieten, voordat ik alleen de drie meisjes er op krijg.
![]() |
De grote foto is 76
Kb Links: Drie snoezige meisjes, die een vat met water op hun hoofd dragen Foto: Fred Triep |
Het is half acht in de ochtend en we genieten van het uitzicht over de dalen beneden ons. De thermometer van Peter wijst 5 C aan. We staan op een hoogte van 2600 meter. Gerda is een beetje ziek en ik voel een steen in mijn buik van de linzen, die we de vorige avond gegeten hebben. We hebben gisteren een behoorlijk klim gemaakt, door van de wadi die op ongeveer 1400 meter lag naar deze hoogte te klimmen. Dit zadel tussen de kam en de grote top zagen we aan het eind van de middag en we bedachten, dat hier wel een redelijk vlakke plek te vinden zou zijn. Dat bleek te kloppen, toen we rond vijf uur in de middag hier aankwamen. We hebben toen de rugzakken op een kaal terras neergelegd en Peter en Gerda zijn toen op zoek gegaan naar water. Dat hadden ze snel gevonden, nadat ze een vijftigtal meters waren afgedaald in de kloof tussen deze kam en de kam aan de overkant. Daar vonden ze een piepklein beekje, waaruit ze met een bekertje uiteindelijk 8 liter water konden tappen. We wachten nu met het opbreken van de tenten, totdat we in de zon staan. Tijdens het ontbijt zijn er weer veel Jemenieten langsgekomen, die nieuwsgierig waren naar ons "tentenkamp" en zijn bewoners. Ook de jongen, die ons gisteren halverwege de dag hielp bij de keuze van het goede pad omhoog, kwam langs. Hij gaat naar zijn school in Bait Adhaka aan de andere kant van de berg. Hij blijft een half uur plakken en we begrijpen niet, dat hij zoveel tijd over heeft voordat de school begint.
![]() |
De grote foto's zijn 41
Kb en 69 Kb. Links: Onze kampeerplek op het zadel Rechts: Van onze kampeerplek kijken we uit over het omringende berglandschap Foto's: Fred Triep |
![]() |
De zon heeft ons nu opgewarmd en we hebben alles weer ingepakt. We moeten over enige terrassen omhoog en daarna nog een kleine helling beklimmen om op een piste uit te komen. We vervolgen deze weg over een pas en we komen dan aan de andere kant van de Maswar. Tijdens de afdaling langs deze weg, kunnen we goed op de terassen aan de andere kant van de Maswar uitkijken. Zij zien er nu kaal, bruin en grauw uit. In april of in augustus zal het landschap hier, na enkele dagen regen, er zeker anders uitzien.
![]() |
De grote foto is 92 Kb Links: Uitzicht op de terrassen aan de andere kant van de Maswar Foto's: Fred Triep |
Het lopen over de piste gaat snel en binnen een half uur zitten we in Bait
Adhaka. Het is een vrij groot dorp, waar druk gebouwd wordt en waar ook een aantal
winkeltjes zijn. Ons oorspronkelijk plan was om af te dalen in de volgende wadi en dan aan
de andere kant van de wadi weer omhoog te klimmen naar Al Mahwit, zoals dat in de Duitse
gids beschreven staat. We zien echter tegen de steile afdaling op. Onze rugzakken zijn nog
erg zwaar en onze knieen zullen veel te verduren krijgen.
Nadat we een flesje frisdrank in het dorp hebben gedronken besluiten we de autopiste te
vervolgen in de richting van Thula, dat ongeveer 35 kilometer naar het oosten ligt. Vanaf
Thula kunnen we mogelijk door een andere wadi richting Manakha lopen. We realiseren ons,
dat we de autopiste niet volledig te voet kunnen en willen afleggen. Dat gebeurt ook niet.
Enkele kilometers buiten het dorp, in een aantal haarspeldbochten omhoog door de brandende
zon, stappen we in de laadbak van een voorbijkomende vrachtwagen. Hoe we onze voettocht
zullen voortzetten zien we wel na een nachtje Thula, dat bekend is als een mooie ommuurde
stad.
Dit verhaal is aangevuld (met foto's) op zondag 21
maart 2004.
![]()
Voor aanvullingen of reacties, stuur mij een email:
| Return to: | Terug naar: |